"Daar komt hij door omstandigheden in een isoleercel terecht. Terwijl hij daar naakt en geboeid aan handen in voeten geïsoleerd zit, krijgt hij een hersenbloeding."
Eigenlijk was het de bedoeling dat Khalid hier zou staan. Een oorspronkelijk Marokkaanse jongen uit Haarlem. Ook hij heeft hier op één van de detentieboten vastgezeten. Maar na alles wat hij hier in Nederland heeft meegemaakt gaat het niet goed met hem. Hij slikt inmiddels medicijnen tegen depressie en stress en kon het niet aan om nogmaals met deze plek geconfronteerd te worden. Khalid is heel strijdbaar en had graag zijn eigen verhaal verteld, maar hij weet ook dat de herinneringen aan deze plaats hem teveel zullen zijn.
Gisterenochtend heeft hij mij zijn verhaal verteld, zodat ik het nu hier kan vertellen. Ik kan het uiteraard niet zo goed vertellen als hij. Ik ben nog nooit op één van deze boten geweest. In mijn leven heb ik één nachtje in de cel geslapen, dus voor mij is het moeilijk om me dit verhaal echt voor te kunnen stellen en over te brengen.
Aan het verblijf van Khalid, hier in Rotterdam, gaat een heel verhaal vooraf. Een verhaal van 16 jaar wat hem nog altijd geen verblijfsvergunning heeft opgeleverd.
In 2003 wordt Khalid voor het eerst als illegaal opgepakt op straat in Haarlem. Hij komt dan in Rotterdam terecht, maar niet op een boot. Daar zit hij ongeveer 3 maanden, waarvan 16 dagen in een isoleercel omdat hij geprobeerd heeft zelfmoord te plegen. Vanaf daar wordt hij overgebracht naar Ter Apel, waar hij ook drie maanden verblijft en dan toch weer vrijgelaten wordt.
Hij is aan het genieten van zijn vrijheid als hij een paar maanden later weer wordt opgepakt en naar Zeist wordt gebracht. Ook daar komt hij door omstandigheden in een isoleercel terecht. Terwijl hij daar naakt en geboeid aan handen in voeten geïsoleerd zit, krijgt hij een hersenbloeding. Hij wordt overgebracht naar een ziekenhuis in Scheveningen. Voor een herstel van 2 weken, dan kan hij weer terug naar Zeist.
Door de hersenbloeding is Khalid invalide geraakt. Hij is afhankelijk van een rolstoel. De afdeling in Zeist waar hij zit gaat in hongerstaking.
Khalid wordt daarom naar de bajesboten gebracht. Hij spreekt alle talen en is de aanzetter van de staking. Hij moet dus weg uit de groep. Dan begint zijn verhaal hier, in de bajesboten.
Toen Khalid me gisteren zijn hele verhaal vertelde, zag ik wat het met hem deed. En eigenlijk wilde ik op dit punt stoppen met het gesprek om hem te sparen. Maar hij wil graag dat mensen horen wat er allemaal met hem gebeurd is. Hij benadrukte nogmaals dat hij graag zelf was gegaan, maar echt niet kon. Wat het allemaal nog frustrerender maakt is dat het zo een ontzettende leuke jongen is.
Terwijl hij me dit op een terrasje vertelt, groet hij de één na de ander. Iedereen kent hem. Hij begrijpt zelf ook niet waarom hem dit is overkomen. “Ik spreek vloeiend Nederlands, ben helemaal geïntegreerd, mijn vader heeft hier nog in de oorlog gevochten, ik ben gewoon een Nederlander, maar ik mag hier niet zijn. Waarom niet?” vraagt hij me.
Khalid is hier, in Rotterdam, na de hongerstaking, aangekomen zonder spullen. Dat betekent ook zonder rolstoel of krukken. Hij wordt de boot letterlijk opgetild. Moet je je voorstellen hoe denigrerend dat is. Nadat hij contact heeft gehad met de dokter, krijgt hij gelukkig wel een rolstoel. Hij komt terecht in een kleine cel die hij met zes mensen moet delen. “Ik voelde me net een kakkerlak of een rat. We werden totaal niet behandeld als mensen”, vertelt hij. De cel bestaat uit zes bedden, een tafel met stoelen, een wc, douche, een kleine t.v. en een magnetron. Deze laatste is bedoeld om zelf je eten op te warmen. Regelmatig ontstaat hierdoor ruzie. Als iedereen honger heeft wil niemand zijn maaltijd als laatste opwarmen. Daar komt nog eens bij dat het eten ontzettend slecht is.
Khalid omschrijft dit alles als een ramp. Je hebt absoluut geen privacy, zelfs niet op de wc. Je zit dag in dag uit in een cel van misschien maar 6 m2. Er is helemaal niets te doen. Alleen de kleine tv kan voor afleiding zorgen. Maar die is zo klein dat je er nauwelijks met z'n zessen naar kan kijken. Dit draait regelmatig uit op oorlog.
De eerste vijf dagen kan Khalid niet eten. Hij is Joods en wil een kosjere maaltijd, maar deze krijgt hij niet. Ze geloven hem niet en ze vinden hem maar lastig. Hij krijgt op een goed moment zelfs varkensvlees aangeboden. “Ze kwamen me een lekkere warme geurende maaltijd brengen, ze dachten dat ik dan wel ging eten”, vertelt hij. Maar dat deed hij niet, hoe moeilijk ook. Het afdelingshoofd blijkt uiteindelijk ook joods te zijn, wat hem na vijf dagen dan toch zijn kosjere maaltijd oplevert.
“De lucht in de cel is slecht”, vertelt hij me. Zes mensen zitten daar samen in een cel. Er is geen ventilator. Er zijn ook geen ramen, je kan dus ook al niet naar buiten kijken. Het toilet heeft een halve deur, waardoor iedereen met je mee kan genieten. Dat voelt heel ongemakkelijk. En je moet je voorstellen hoe het daarbinnen ruikt als zes mensen daar minimaal één keer per dag hun behoeften doen. “Het stonk daar regelmatig zo verschrikkelijk”, vertelt hij.
Khalid en zijn celgenoten mogen één keer per dag luchten. Daarvoor moeten zij een trap op. Omdat gedetineerden geen gebruik mogen maken van de lift, wordt Khalid elke dag met zijn rolstoel de trap opgetild door zijn medegevangenen. Als zijn medegevangen geen zin gehad zouden hebben om hem te tillen, dan was hij zelfs zijn uurtje luchten kwijt geweest.
En dit alles op een boot. “Een boot is om te reizen”, zegt Khalid terecht. “Bij slecht weer begon de boot te bewegen. Mensen werden ziek en gingen overgeven. Door al het geschud.” Als je het zo hoort is het te belachelijk voor woorden. Zeeziek in een cel. En dat terwijl het hier gaat om onschuldige mensen. Hun misdaad is hun aanwezigheid in dit land.
Khalid zijn verhaal eindigt hier gelukkig al na 20 dagen. Sommige zitten hier maanden tot een jaar. Het afdelingshoofd besluit uiteindelijk dat het te gevaarlijk is dat Khalid iedere dag de trap op en afgetild moet worden. Daarom wordt besloten hem over te plaatsen naar Tilburg. Zijn rolstoel en krukken moet hij achterlaten. Waarom hij nooit gebruik heeft mogen maken van de lift is mij een raadsel.
Zijn verhaal gaat nog een stapje verder, niet hier op de boot, maar in andere detentiecentra. Zoals in Tilburg waar het afdelingshoofd hem naar laat overplaatsen. Maart vorig jaar werd hij daar vrijgelaten. Voor zover je in zijn geval nog van vrijheid kunt spreken in dit land.
Zonder krukken of rolstoel hebben ze hem op een taxi richting het station gezet. Waar hij in de sneeuw is beland. Je kunt je misschien nog herinneren hoe extreem koud het toen was. Hij moest kruipend, door de kou. Voorbijgangers hebben hem uiteindelijk op de juiste trein naar Haarlem gezet. Via het leger des heils krijgt hij een rolstoel.
Vervolgens wordt hij weer opgepakt en voor de tweede keer naar Scheveningen gebracht. Daar zit hij nog eens 9 maanden vast.
Sinds november zit hij in een rolstoel voor de V&D in Haarlem de daklozenkrant te verkopen. Ze hebben hem opnieuw vrijgelaten. Een paar maanden geleden probeerde hij zichzelf nogmaals van het leven te beroven. Hij is alles kwijt en heeft een trauma opgelopen in de afgelopen jaren, met dank aan Rita Verdonk. Ooit was hij muzikant, maar door de hersenbloeding is zijn stem niet meer wat het geweest is.
Khalid sloot het gesprek gisteren emotioneel af. Hij is kwaad en verdrietig. Graag wilde hij er een conclusie aan toevoegen. “Wij illegalen worden opgesloten, moeten verplicht werken en worden uiteindelijk uitgezet. Rita Verdonk is wat dat betreft net als Adolf Hitler, en de Illegaal is de moderne Jood geworden."
Voorgelezen tijdens een manifestatie bij de Rotterdamse bajesboten op 28 mei 2006.
Gepubliceerd op deze website op 6 april 2010.
Geschreven door een vriendin van Khalid.